Wat 2025 onthult over hoe een klein land schoonheid, veiligheid en ethiek benadert
Wanneer men spreekt over leiders in de esthetische geneeskunde, domineren steevast dezelfde landen het gesprek: de Verenigde Staten, Brazilië, Zuid-Korea. België wordt zelden genoemd. Niet omdat het aan expertise ontbreekt — maar omdat het zichzelf niet luid profileert.
Toch vertelt een grondige analyse van wetenschappelijke publicaties uit 2025 een ander verhaal.
België, een land met iets meer dan 11 miljoen inwoners, produceerde meer peer-reviewed onderzoek in de esthetische geneeskunde per inwoner dan Frankrijk of Nederland. Nog belangrijker dan de cijfers is de aard van dit onderzoek, die wijst op een onderscheidende en stille vorm van maturiteit in de manier waarop esthetische geneeskunde wordt beoefend — met veiligheid, psychologie en ethische grenzen als kern van innovatie.
Dit is geen verhaal over volume of zichtbaarheid.
Het is een verhaal over hoe esthetische geneeskunde wordt beoefend wanneer verantwoordelijkheid even belangrijk is als het resultaat.
Een klein land, een buitenproportionele onderzoeksimpact
In 2025 publiceerden Belgische onderzoekers 57 peer-reviewed wetenschappelijke publicaties in de esthetische geneeskunde. Frankrijk publiceerde er 159. Nederland 45.
Op het eerste gezicht lijkt Frankrijk te domineren. Maar wanneer men rekening houdt met bevolkingsaantallen, verandert het perspectief volledig.
Per miljoen inwoners produceerde België bijna dubbel zoveel publicaties in de esthetische geneeskunde als zijn buurlanden. Dit patroon bleef consistent, ongeacht de gebruikte databanken (PubMed en OpenAlex) en filtermethodes.
België publiceert niet meer omdat het groter of luider is.
Het publiceert meer omdat onderzoek nauw verweven is met de dagelijkse klinische praktijk.
Drie buurlanden, verschillende onderzoeksprofielen
Een vergelijking tussen België, Frankrijk en Nederland toont duidelijke verschillen in hoe onderzoek binnen de esthetische geneeskunde in Europa is gestructureerd — met name in de balans tussen chirurgie en injecteerbare behandelingen.
België: dubbele sterkte in chirurgie en injectables, met focus op veiligheid
Belgische publicaties tonen een duidelijke dubbele focus op esthetische chirurgie (47%) en injecteerbare behandelingen (33%), wat wijst op een onderzoekslandschap dat zowel complexe chirurgische ingrepen als niet-chirurgische praktijken omvat. In vergelijking met Frankrijk legt België een aanzienlijk grotere nadruk op onderzoek naar injectables.
Los van deze categorische verdeling richten Belgische onderzoekers zich consequent op veiligheid, complicaties en patiëntselectie — en stellen zij moeilijke maar noodzakelijke vragen:
Wie is een geschikte kandidaat? Welke kwetsbaarheden blijven onopgemerkt? Hoe ontstaan complicaties — en hoe moeten ze transparant worden aangepakt?
Frankrijk: academische continuïteit met chirurgische nadruk
Frankrijk produceert een groot volume onderzoek in de esthetische geneeskunde via gevestigde academische centra. De publicaties richten zich sterker op chirurgische technieken en traditionele academische thema’s, terwijl injectables slechts een veel kleiner aandeel (16%) van de esthetisch-medische onderzoeksoutput vertegenwoordigen.
Dit profiel weerspiegelt een sterke institutionele en chirurgische traditie, maar contrasteert met de meer evenwichtige verdeling tussen chirurgie en injectables die in België en Nederland wordt gezien.
Nederland: injectables en chirurgie in gelijke mate
Nederlands onderzoek vertoont een evenwichtige focus tussen injecteerbare behandelingen (36%) en esthetische chirurgie (36%), waardoor Nederland het meest injectable-gerichte land is van de drie geanalyseerde landen. In dit opzicht sluit Nederland nauw aan bij België en wijkt het duidelijk af van Frankrijk.
Deze balans weerspiegelt een zorgcultuur waarin injectables een centrale plaats innemen binnen de esthetische praktijk, naast chirurgische benaderingen.
Deze verschillen wijzen niet op afzondering. Integendeel, Belgische, Franse en Nederlandse onderzoekers werken intensief samen. Veel publicaties uit 2025 zijn het resultaat van grensoverschrijdende teams, gedeelde datasets en gezamenlijke methodologische kaders. Wat de landen onderscheidt, is niet met wie zij samenwerken, maar hoe de onderzoeksfocus over de verschillende domeinen van de esthetische geneeskunde wordt verdeeld.
De bepalende Belgische eigenschap: bestuderen wat anderen vermijden
Wat het Belgische onderzoek het meest onderscheidt, is niet alleen wat wordt bestudeerd, maar ook wat in veel disciplines wordt vermeden.
De psychologische realiteit achter esthetische ingrepen
Een van de meest opvallende Belgische studies uit 2025 onderzocht psychiatrische aandoeningen bij patiënten die esthetische chirurgie overwegen. De bevindingen zijn stil verontrustend.
Meer dan de helft van de geëvalueerde patiënten vertoonde tekenen van een psychiatrische stoornis, terwijl slechts een minderheid een gedocumenteerde diagnose in het medisch dossier had. Depressie, angststoornissen, posttraumatische stress en suïcidale gedachten kwamen aanzienlijk vaker voor dan verwacht.
Dit onderzoek stigmatiseert patiënten niet.
Het doet iets belangrijkers: het herinnert clinici eraan dat esthetische geneeskunde niet louter anatomisch is. Ze is ook psychologisch, emotioneel en fundamenteel menselijk.
België behoort tot de weinige landen die hierover openlijk publiceren — niet om esthetische ingrepen te ontmoedigen, maar om ze op een verantwoordelijkere manier toe te passen.
Sociale media, schoonheidsidealen en onzichtbare druk
Een andere Belgische studie onderzocht hoe sociale media en pornografie de perceptie van borstesthetiek beïnvloeden. Bijna de helft van de bevraagde vrouwen gaf aan grotere borsten te wensen dan zij zelf hebben, en digitale blootstelling correleerde sterk met deze voorkeuren.
Dit is geen moreel oordeel.
Het is context.
Voor zorgverleners is het essentieel te begrijpen waar esthetische idealen vandaan komen, om verwachtingen correct te begeleiden — en om verzoeken te herkennen die meer worden gedreven door externe druk dan door een persoonlijk verlangen.
Kunstmatige intelligentie: samenwerking, ambitie en duidelijke grenzen
Kunstmatige intelligentie vindt snel haar weg naar de esthetische geneeskunde, vaak vergezeld van overdreven beloften. Onderzoekers met Belgische betrokkenheid benaderden deze evolutie anders: door AI te testen binnen reële klinische beperkingen, in plaats van haar potentieel te vieren.
Een evaluatie uit 2025 van AI-chatbots voor de planning van esthetische injecties, geleid door Franse academische teams en met deelname van Belgische onderzoekers van de Universiteit van Mons, samen met internationale partners, richtte zich op veiligheid en niet op technologische demonstratie.
Zelfs de best presterende AI-systemen gaven onveilige aanbevelingen: doseerfouten, gemiste contra-indicaties en injectiestrategieën met ernstig risico. Visuele modellen faalden volledig bij het annoteren van injectiepunten.
De conclusie was ondubbelzinnig:
AI is niet klaar voor autonoom klinisch gebruik bij de planning van esthetische injecties.
Tegelijk toonde onderzoek met Belgische betrokkenheid aan waar AI wél waarde toevoegt. Bij liposucties met groot volume konden machine-learningmodellen bloedverlies nauwkeurig voorspellen, waardoor chirurgen risico’s beter konden inschatten en de veiligheid konden verhogen.
Het contrast is veelzeggend.
België is niet tegen AI. Het is tegen onkritische AI.
Ethiek als structuur, niet als marketing
De Belgische onderzoekscultuur bestaat niet los van een breder professioneel kader dat duidelijke ethische grenzen stelt aan esthetische praktijkvoering.
Nationale beroepscodes verbieden voor-en-na-foto’s, claims om “de beste” te zijn, ranglijsten van artsen en promotionele exploitatie van patiëntonzekerheid. Deze regels beperken marketing — maar beschermen vertrouwen.
Belangrijk is dat deze principes vaak ook doorwerken in grensoverschrijdende onderzoekssamenwerkingen, met name wanneer studies betrekking hebben op patiëntkwetsbaarheid, geïnformeerde toestemming of opkomende technologieën. In die zin is de Belgische ethische houding geen uitzondering binnen Europa, maar fungeert zij regelmatig als referentiepunt binnen gedeeld wetenschappelijk werk.
Bij iGlowly waarderen wij deze benadering expliciet. Niet omdat zij schoonheid beperkt, maar omdat zij patiënten beschermt tegen herleiding tot producten.
Ethiek is hier geen beperking.
Het is een vangrail.
Waarom dit verder reikt dan België
De esthetische geneeskunde wordt steeds internationaler, digitaler en commerciëler. Tegelijk worden patiënten jonger, zichtbaarder en vaak psychologisch kwetsbaarder.
Het onderzoekslandschap van 2025 suggereert dat België een onderscheidend Europees model biedt:
– complicaties worden onderzocht, niet verborgen
– psychologische factoren worden erkend, niet genegeerd
– technologie wordt kritisch getest, niet geïdealiseerd
– samenwerking wordt aangemoedigd, maar grenzen blijven duidelijk
België domineert niet door spektakel.
Het draagt bij via diepgang, terughoudendheid en verantwoordelijkheid.
Een stille vorm van leiderschap
België leidt de esthetische geneeskunde niet via zichtbaarheid of branding. Het onderscheidt zich door iets minder spectaculairs, maar veel betekenisvollers: maturiteit.
In 2025 toonde Belgisch onderzoek aan dat esthetische geneeskunde innovatief kan zijn zonder roekeloosheid, ethisch zonder paternalisme, en wetenschappelijk zonder de mens achter elke ingreep uit het oog te verliezen.
In een domein dat steeds meer wordt gevormd door algoritmen, beelden en sociale druk, is die stille vorm van leiderschap van groot belang.
Hoe dit onderzoek werd uitgevoerd
Deze analyse is gebaseerd op een systematische review van peer-reviewed publicaties uit 2025, geïndexeerd in PubMed en OpenAlex, met een gegevensstand per 17 januari 2026. Identieke zoekstrategieën, thematische filters en criteria voor nationale affiliatie werden toegepast op België, Frankrijk en Nederland.
De ruwe resultaten werden handmatig beoordeeld en gecureerd om niet-esthetische inhoud uit te sluiten (reconstructieve chirurgie, medische indicaties voor botulinetoxine, behandeling van dermatologische aandoeningen, tandheelkundige procedures en niet-klinisch onderzoek). Dubbele vermeldingen tussen databanken werden verwijderd, en bijkomende relevante publicaties die via kruisverwijzingen tussen databanken werden geïdentificeerd, werden opgenomen wanneer zij aan dezelfde criteria voldeden.
Omdat publicatiedatabanken verschillen in dekking en indexeringsvertragingen, kunnen absolute publicatieaantallen in de tijd evolueren. De vergelijkende patronen — met name per-capita output en thematische verdeling — bleven echter consistent over de gebruikte methodes, wat de robuustheid van de analyse ondersteunt.